U bent hier

samenvatting 5

Samenvatting bij preek over HC Zondag 5

Inleiding
Onze vluchtwegen lopen dood (zondag 4). Is er misschien toch nog een weg, een middel? Ja, er is een weg…maar er moet dan wel betaald worden. Komt dat goed?

Thema en verdeling
Gods weg ter ontkoming: Betaal Mij wat u mij schuldig bent!
1.            De rechtvaardige eis te moeten betalen
2.            Onze onmogelijkheid om te betalen
3.            Een ander schepsel kan en mag niet betalen
4.            De vraag: wie kan er dán betalen?!

1.            De rechtvaardige eis te moeten betalen (v/a 12)
Met zondag 5 begint het stuk van de verlossing. Dat behoeft wel enige toelichting. We komen dit op het spoor door goed naar de vraag te kijken: ‘aangezien wij dan (…) tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben’. Nu probeer je er niet meer onderuit te komen. Is er met behoud van het recht van God enig middel waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen? Er klinkt hier een schreeuw om leven. Kan het nog goed worden tussen God en ons? Dat kan, maar dan niet buiten het recht van God om. Dat komt heel duidelijk naar voren in het antwoord. ‘God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelf, óf door een ander, volkomenlijk betalen.’ Aan Gods gerechtigheid moét betaald worden. Weet u het nog van vraag en antwoord 11: ‘Zo eist Zijn gerechtigheid’. God is Rechter. ‘God wil’, zo begint het antwoord op vraag 12. Het heeft te maken met Gods eigenschap. Hij ís rechtvaardig. Of door onszelf of door een ander, maar er moet betaald worden. En als er afbetaald kán worden, dan is er vrijspraak.  

2.            Onze onmogelijkheid om te betalen (v/a 13)
Voorbeeld: €100,- geleend. Ieder week €2,- terugbetalen. Na 50 weken schuldenvrij. Gaat het geestelijk ook op die manier? Nee, het lukt ons niet. Wij maken daarentegen de schuld elke dag groter. Op geen enkele wijze (in generlei wijze) kunnen wij afbetalen. Laten we zondag 11 in herinnering roepen: hoe zou je voor zo’n straf ooit de losprijs kunnen overhandigen? Laten we het dan toch ook niet proberen. De Heere Jezus zei: ‘wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel?’ Heilzaam als de Heere je dat leert. Niet hopen op jezelf, maar op Hem.

3.            Een ander schepsel kan en mag niet betalen (v/a 14)
Is er een schuldovernemende instantie? Kan onze schuld worden opgekocht, zoals dat wel eens gebeurt bij overheden of bedrijven? Oude Testament: offerdieren? Of engelen? Of heiligen? Sint…en vul maar een naam van een heilige in. Maar het antwoord op de vraag luidt: nee! Hij wil aan geen ander schepsel de schuld straffen die de mens gemaakt heeft. De menselijke natuur moet dus gestraft worden en geen andere. In Ezechiël 18:20 lezen we: ‘de ziel die zondigt die zal sterven […]’ De betaaleis komt dus bij degene die de schuld heeft.
   En dan nu het punt dat het ook niet kan. Er staat: ‘er kan geen schepsel […] de last van de eeuwige toorn Gods tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.’ Er is geen schepsel dat de eeuwige last van de toorn van God tegen de zonde kan dragen. Die is zo groot en zo zwaar. Ieder wordt daaronder vermorzeld.

4.            De vraag: wie kan er dán betalen? (v/a 15)
Zoeken, staat er. Dus niet moedeloos worden. Wie zoekt, die zal vinden. Maar dan wel beter zoeken. Voorbeeld voor de kinderen/jongeren: zoekopdrachten gebruiken als je iets wilt vinden op internet. Om de Middelaar te vinden moeten de zoektermen kloppen. We moeten zoeken naar een Middelaar en Verlosser die een waarachtig mens is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, Die ook tegelijk waarachtig God is.

Waarom mens én God? We hebben een ander nodig die ook écht mens is. Eén van ons. Iemand van vlees en bloed. Aan een ander schepsel dan het schepsel mens wil God de schuld immers niet straffen. Maar als die Middelaar en Verlosser nu niet méér is dan waarachtig mens? Dan is die Middelaar geen Middelaar en geen verlosser. Dan kan de last van de toorn van God niet gedragen worden. Daarom moet Hij óók waarachtig God zijn. Alleen Iemand die God is, kán de last dragen. Want de toorn Gods kunnen geen menselijke schouders ooit dragen.   

Wie is deze Middelaar en Verlosser? Hij is de Heere Jezus. Echt mens en echt God. Allebei.

Ten slotte: schoolse opzet hier in HC 5? Enigszins. Maar vergeet niet: het begint met zondag 1, vraag en antwoord 1. En: geloof zoekt inzicht. Dat mag (wéten in Wie je gelooft). De catechismus helpt ons om de Heere Jezus, Zoon van God, zuiver te belijden. Er is zoveel dwaalleer. De catechismus helpt ons om ons daartegen te wapenen. Laten we het oude advies van dr. H.F. Kohlbrugge ter harte nemen: ‘de eenvoudige Heidelberger, houdt daaraan vast!’

 

Vragen om over door te praten en/of voor persoonlijke bezinning

  1. Leg voor uzelf eens uit wat het verschil is tussen de straf ontgaan zónder het recht van God en ónder het recht van God.
  2. Welke ‘pogingen’ om toch tot een betaalregeling te komen met de Heere herkent u bij uzelf? Hoe komt het dat we het toch weer zo vaak gaan proberen om zelf te betalen?
  3. Waarom wil God de schuld aan geen ander straffen?
  4. En waarom kan dat ook niet?
  5. Waarom ‘moet’ de Middelaar waarachtig mens én waarachtig God zijn?
  6. Waarom is de ‘schoolse’ opzet van zondag 5 ook voor vandaag nog steeds belangrijk?

Voor de kinderen

  1. Kun je uitleggen waarom het voor onze verlossing echt noodzakelijk was dat Jezus (ook) als waarachtig Mens aan het kruis stierf?
  2. Heb je wel eens een geldbedrag geleend van je ouders? Herken je je er in dat het gemakkelijker is om schulden te maken dan ze af te betalen?

Aanstaande zondag

 

D.V. zondag 2 oktober gaat ons in beide diensten voor

ds S.M. Buth

De diensten beginnen om 10.00 uur en 15.00 uur.

Er is oppas voor de kleintjes in de crèche