U bent hier

Meditatie Oktober

                                                          GODS GIDS

En Filippus liep toe, en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij ook, hetgeen gij leest? En hij zeide: Hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht? En hij bad Filippus, dat hij zou opkomen, en bij hem zitten.

                                                                                                          Handelingen 8 : 30-31

In de verschillende verbanden van verenigingen en clubs mag in de komende tijd – als God het geeft – de Bijbel, het heilig Woord van de levende God, weer open gaan. Mede in verband daarmee de keus voor Handelingen 8 : 30 en 31 als uitgangspunt voor deze meditatie.

Ontdekkende vraag

De vraag van Filippus is in het Grieks een woordspeling. ‘Doorziet u ook wat u voor u ziet?’ Filippus stoot hiermee door naar de kern. De bedoeling van Bijbellezen is maar niet het verzamelen van kennis met het hoofd. Kennis van de Bijbel is zeker niet te verwaarlozen. In deze tijd van toenemende onkunde mag de waarde van Bijbelkennis best onderstreept worden. Toch is dat niet het diepste doel van het lezen van de Bijbel. Nee, het gaat om doorzien, verstaan. Dan gaat het om ons hart, maar dat gaat in dit geval niet buiten het hoofd om.Filippus’ vraag is een ontdekkende vraag, die de nood van deze man blootlegt. De Moorman is een hoge functionaris, die een belangrijke positie bekleedt. Hij is hoog opgeleid, want hij kan lezen. (Wij zijn daar in Nederland wel aan gewend geraakt, maar kunnen lezen en het Woord van God kunnen lezen is een geweldig voorrecht!) Maar bij dat alles is zijn geestelijke nood dat hij niet verstaat met het hart. Hij ziet de letters voor zich, hij leest de woorden en leest ze misschien nog eens. Maar hij verstaat ze niet. Dat is zijn geestelijke nood. Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen. Maar de diepste oorzaak ligt hierin dat ‘de natuurlijke mens niet begrijpt de dingen die van de geest van God zijn’ (1 Korinthe 2 : 14). Om de Schrift te verstaan, moet de Auteur van de Schrift, de Heilige Geest, er zelf aan te pas komen. Hij is het beste in staat om Zijn eigen Boek uit te leggen. Niet alleen omdat Hij dat Boek Zelf geschreven heeft, maar omdat Hij door Zijn onwederstandelijke werking ook in staat is een verduisterd verstand te verlichten en een gesloten hart te openen.

Eerlijk antwoord

Op de vraag van Filippus komt de Moorman eerlijk met zijn geestelijke nood voor de dag. Laten we daar niet gering over denken. Ondanks zijn hoge positie schaamt hij zich er tegenover Filippus niet voor om met zijn nood voor de dag te komen. Eerlijk geeft hij aan dat hij een uitlegger nodig heeft. Hij vraagt om een gids die hem wegwijs maakt in de Bijbel. En wie om een gids verlegen is, geeft aan dat hij zelf niet in staat is om de weg te vinden. Waarschijnlijk heeft deze man uit Jesaja 53 ook wel de woorden gelezen ‘wij dwaalden allen als schapen’. Hoe dan ook, hij heeft een gids nodig, iemand die hem wegwijs maakt, die hem bij de zaken stilzet, er uitleg bij geeft en vanuit persoonlijke kennis op de waarde ervan wijst. Zoals u of jij tijdens een vakantie door een gids wellicht ergens bent rondgeleid.Van nature is ook onze geestelijke nood dat we Gods Woord niet verstaan. De vraag is of we dat ook hebben leren erkennen. Dat kan niet gemist worden. Anders lezen we de Schriften bij eigen licht en dat is een dwaallicht. Misschien menen we dan wel dat we helemaal geen  uitlegger nodig hebben, omdat we het allemaal al lang menen te weten. Maar wie tegenover de Schriften zo’n houding inneemt, spreekt met zijn houding tegen wat God Zelf in Zijn Woord zegt. Juist voor wie voor Gods aangezicht met zijn geestelijke nood voor de dag komt, is het zo’n geweldige bemoediging dat de Bijbel laat zien dat er nu een Gids is. Allereerst een Gids met een hoofdletter. Voor Zijn heengaan heeft Jezus Zijn discipelen en in hen de Kerk van alle tijden en plaatsen beloofd: ‘Wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden’. (Johannes 16:13).  Wie zich met zijn nood in het gebed tot deze Gids begeeft, zal merken dat hij niet verdwaalt, maar wegwijs gemaakt wordt. Als een dwaas en dwaalziek mens wijsgemaakt tot zaligheid. Daarbij wil ik graag onderstrepen dat deze Gids, met een hoofdletter, middellijk werkt. Het formulier om de dienaren van het goddelijke Woord te bevestigen zegt, dat God ‘door een bijzondere genade’ gebruik wil maken van de dienst van mensen. Dat zien we ook in Handelingen 8:26-40. De Geest stuurt Filippus (8:29). De Geest is de Geest van de verhoogde Christus. Voor Zijn hemelvaart ging Christus Zelf met Zijn discipelen om. De ten hemel gevaren Christus heeft als Koning der Kerk gaven gegeven. Daarom stuurt Hij geen engel naar deze Moorman, maar een mens. Zo werkt Christus door Woord en Geest. Dat is enerzijds soeverein. Hij zendt Zijn dienaren tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Niemand beschikt over Hem, over Zijn Geest of over Zijn dienaren. Anderzijds werkt Hij in de middellijke weg. Dat behaagt Hem. We kunnen hier wel onderscheiden maar niet scheiden. Gods Gids (de Heilige Geest) werkt met en door Gods Gids (de Heilige Schrift). Dat bepaalt ons ten slotte bij de noodzaak van het gebed. Met elkaar en voor elkaar. In het openbaar en in de binnenkamer. In het bijzonder voor hen die bidden geleerd hebben, ligt hier een geweldige taak. Het stelt ons voor de vraag: gaan we biddend naar de kerk, naar de zondagsschool, naar de catechisatie, naar de vereniging, naar de club en vul het verder maar in. De duivel zal op allerlei wijze proberen dat we het gebed nalaten, omdat hij wel weet dat God juist in die weg blinde ogen verlicht en gesloten harten opent. Laat het uw en jouw gebed zijn: ‘HEER’, ai, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend’. In die weg gaan de Schriften open, wordt in de nood Christus geopenbaard en reist een mens in beginsel zijn weg met blijdschap.

    Ds. J. van Walsem

Aanstaande zondag

A.s zondag hoopt ds H. Korving bij ons voor te gaan. 

 De diensten beginnen om 10.00 uur en 15.00 uur. 

 

Er is oppas voor de kleintjes in de creche.