U bent hier

Meditatie Mei.

                                    De Drinkbeker.

 

De Drinkbeker, die Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik die niet drinken?”.

                                                                                                                           (Joh. 18 : 11b)

Voor wie vertrouwd is met de taal van Gods Woord is de “drinkbeker” geen onbekende uitdrukking. Meermalen komen we dit woord in de beeldspraak van de Heilige Schrift tegen. Verschillende profeten spreken van de drinkbeker van de grimmigheid des Heeren. En de Openbaring kent het spreken over de beker van de wijn van de toorn Gods. Maar één plaats is toch wel in bijzondere zin verbonden met “de drinkbeker”: Gethsemane. Daar zien we de drinkbeker in de hand van de Heere Jezus, Die gereed staat om de kruisweg op te gaan. En het is volkomen duidelijk, wat daar met die beker bedoeld wordt. Het is de kelk van het lijden, de beker, die tot de rand toe gevuld is met moeite en verdriet, met angst en dood. In die beker is alles, wat Jezus in de komende dag zal doormaken. In die beker bevinden zich de verraderskus van Judas en de vloeken van Petrus, de wrede handen van de soldaten en de hoon van de priesters. De beker, dat is de kruisroep van het volk en de tranen van Jeruzalem’s vrouwen; de geselslagen van Gábbatha en de hamerslagen van Golgotha; de doornenkroon en het kruis. Maar dat is niet het enige, ook niet het zwaarste. De beker is meer. In de beker bevindt zich de last van onze zonde en van de toorn Gods. Dat maakt deze drinkbeker zo vreselijk. Dát is het, wat Hem het bloedige zweet in de hof uitgedrukt heeft. Onze zonde, die bang maakt. Gods toorn, die brandt als een onuitblusselijk vuur. Die beker is de oorzaak, dat de Zoon van God in Gethsemane moet klagen, dat Zijn ziel geheel bedroefd is, ten dode toe. Die beker doet Hem vragen aan Zijn discipelen of ze met Hem willen waken. Die beker maakt dat Hij daar door het stof kruipt, beangst, een worm en geen man. Die drinkbeker is één grote verschrikking voor Jezus. Tot driemaal toe kermt Hij het uit: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan”. In het tekstwoord, dat hierboven vermeld staat, lees ik, wat het antwoord is geweest op dat gebed van de Zoon. Want tot Petrus, die op zijn manier proberen wil de Meester het drinken van de beker te besparen zegt Jezus: “De drinkbeker die Mij de Vader gegeven heeft“. MIJ, Ziet u het goed? Hoort u het wel? MIJ. O, dat ene woordje is een wonder. In dat ene woordje ligt het  hele Evangelie van de vrije genade Gods opgesloten. Hier gaat het zingen: “Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt”. “God echter bevestigt daarmede Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaren waren”. De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Die beker die vol is van de wijn van de toorn Gods vanwege onze zonde, geeft de Vader aan de Zoon, opdat zondaren zouden mogen drinken van de beker der verlossing en der vertroosting, die overvloeiende is. Weet u, voor wie dit zo’n wonder wordt? Voor mensen, die bij het ontdekkende licht van de Heilige Geest gaan verstaan: die beker, waar Christus het hier over heeft, is vol met de last van mijn zonde. Die beker, die Christus bloed doet zweten van angst bij het vooruitzicht die te moeten drinken, is gevuld met de toorn van God, onder welke ik eeuwig zou moeten verzinken. Ze leren er iets van verstaan: “Zo Gij Heere, de ongerechtigheden gadeslaat.… Niemand die leeft is rechtvaardig voor U. Want wij vergaan door Uw toorn”. Wat wordt het dan een wonder, wanneer de Heilige Geest ons in het Evangelie meeneemt naar Gethsemane en het ons laat zien: de Vader geeft de beker van onze zonde en van Zijn toorn niet aan mij, die hem verdiend heb, maar aan Zijn Zoon. Hij zet die beker Zijn lieve Kind Jezus aan de lippen. Hij doet Hem vergaan door Zijn toorn, opdat ik zou weten, dat de hitte van Zijn gramschap is geblust. Zó groot was Gods toorn over de zonde. Denk daar toch niet te licht over. Maar hierin is ook Zijn liefde geopenbaard. Denk daar toch niet te klein van. En tegelijk moeten we zeggen: hoe schittert hier de volkomen bereidwilligheid van de Heere Jezus om als Borg de beker uit Gods hand te ontvangen. Gemakkelijk valt Hem niet, dat niet. De zaligheid is niet op een goedkope manier verworven. Want nu begrijpen we – voor zover we het ooit zullen begrijpen -, hier heeft Hij, de Zoon van God, voor gebeefd. Vanwege de toorn Gods heeft Hij geroepen met geween en met smeking. Maar er is hier niets meer van te merken. Hij wijst Petrus af, die Hem wil tegenhouden: “De beker, zal ik die niet drinken?” Hij is ten volle bereid en Hij komt om Gods wil te doen. En het is de lust van Zijn hart: Geef de beker maar aan Mij. Ziet u Hem daar staan? Zo komt Hij in het Evangelie tot Petrus. Zo komt Hij in deze lijdenstijd tot een zondaar. En de Heilige Geest wil door de prediking het geloof wekken in deze Jezus, Die zich neerbuigt en zegt tot een mens die daar staat met de beker van Gods toorn in de hand, de beker, onder welke hij eeuwig zou moeten verzinken: “Geef hem  maar aan Mij; zal Ik die niet voor u drinken?” Dat is een vernederend Evangelie. Wat merken we dan hoeveel we lijken op Simon Petrus, die veel liever het zwaard van de zelfverlossing opneemt. Maar als dat zwaard mij uit de handen valt; als alleen de beker overblijft en ik alleen nog maar kan roepen om genade en als ik Hem dan mag zien, zoals Hij daar in Gethsemane staat, volkomen willig en bereid, met een uitgestoken hand: “Zal Ik die niet drinken? ”Dan wordt de Heere Jezus zo groot. Dan krijg ik Hem zo lief. Want aan Zijn voeten leer ik geloven, dat God niet meer op mij toornen zal, nooit meer.  Omdat Christus mijn drinkbeker tot de Zijne heeft gemaakt en die  heeft leeggedronken, tot op de bodem toe. Er zit geen druppel meer in. Dan is er voor mij om Zijnentwil een andere beker, de beker der verlossing. “’k Zal bij de kelk des heils Zijn Naam vermelden en roepen Hem met blijde erkentenis aan”.

                                                                 Ds. J. Westerink

Aanstaande zondag

Zondag hoopt in beide diensten kand J. C. Pronk ons voor te gaan. De extra collecte is dan voor de Kerkelijke Kassen. 

Er is tijdens de diensten creche.