U bent hier

Meditatie Maart.

                                 Het Woord des kruises.

                                                                                                                                   (1 Korinthe 1 : 18”)

De eenvoudige inhoud.

Tegenover de dwaalleraars in Korinthe, die pochten op hun geestelijke kennis en bijzondere ervaringen plaatst de apostel de prediking van het kruis van de Heere Jezus Christus. Aan dat kruis en aan de prediking daarvan gingen de dwaalleraars voorbij. Dat vonden zij “ondermaats”. Toch is het kruis het hart van de prediking van alle tijden. Zo heeft Paulus het zelf ook aangegeven in 1 Kor. 2 : 2: Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Daar is de Bijbelse prediking altijd aan te herkennen: ze stellen Christus centraal. Christus zoals Hij door de Vader is gegeven als Borg en zoals Hij door de Heilige Geest wordt toegepast aan het zondaarshart. Immers, als wij spreken over het centrum van de prediking, moeten we dat wel doen in Bijbelse verbanden. Anders trekken we de boodschap van Gods woord scheef. Het woord “kruis” in onze tekst is een heel breed woord. Het is de aanduiding van heel Jezus’ leven in vernedering, zoals bijv. Filipp.2 daarover spreekt. Het kruis spreekt van zonde en vervloeking, van Gods heilige toorn over onze zonden. Wanneer de Schrift dan ook spreekt over het kruis en de Gekruisigde, wordt daarin meteen de lijn getrokken naar het hart van de zondaar, om wiens zonde de Heiland gekruisigd werd “…een vloek geworden zijn voor ons”, zegt Gal. 3 : 13. Daar zit een aanklacht, want juist het kruis, waarin we de vervloekende kracht van de Wet zien, onthult onze schuld. Het kruis zegt ons: zondaar daar had u moeten hangen, want u hebt Gods wet op vele manieren overtreden; ja, u bent één en al zonde. Leerde u dat belijden voor de Heere? Daar begint toch de zaligmakende kennis van het kruis en de Gekruisigde! Dat ik ga zien: van mij uit is er geen zaligheid meer mogelijk. Wie zal die last kunnen dragen, die prijs kunnen betalen? Wat is het dan een wonder als in dat Woord des kruises geproclameerd wordt: Christus is tot een vloek geworden in onze plaats. Wat zit daar een ruimte in! Hij werd niet tot zonde gemaakt voor mensen die Gods gunst waardig zijn, voor hen die er aanleg voor zouden hebben om te geloven, voor hen die beter zijn dan anderen. Niets van dat alles! Hij werd een vloek voor vloekwaardigen, voor vijanden, voor mensen die niets kunnen aandragen en niets kunnen meebrengen. Het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen. En Christus gaf Zichzelf uit pure liefde tot Zijn Vader en Diens recht en tot de Zijnen, die de Vader hem heeft gegeven. Dat is een boodschap zonder franje. In die prediking blijft er van ons niets over en wordt de Heere alles. Dat is geen Evangelie waaraan de mens die zoekt naar het bijzondere, het verhevene, eer kan behalen. Wie zich boven het kruis verheft gaat te hoog. We moeten dus maar niet uit zijn op gevoelige gestalten en bijzondere ervaringen buiten het Woord van het kruis om. Zeker, er is geen geloof zonder gevoel; ook al is dat gevoel er in het leven van Gods kinderen niet altijd! Maar het gevoel is nooit de grond van de zekerheid van het heil. Wie het daar wel in zoekt, is van de eenvoudigheid van het kruis af.

De tweevoudige uitwerking

Maar wat werkt de prediking van het kruis nu uit in deze wereld? Zit de wereld op deze boodschap te wachten? Is de prediking van het kruis welkom bij de kerkmens? Onze tekst tekent ons tweeërlei  uitwerking. Allereerst: “Het Woord des kruises is wel degenen die verloren gaan dwaasheid”. Voor de Joden is Christus, de Gekruisigde, een ergernis. “Ze  gaan ervan uit, dat de Messias een aardse machthebber zal zijn, die de wereld verandert. Maar de Christus als Borg voor de schuld? Welnee we redden onszelf wel. Het kruis snijdt te diep in eigen vlees. Dat zegt me immers dat ik een vloekwaardige ben en dat ik alleen door een Ander verlost kan worden. En de Grieken? De gekruisigde Christus is voor hen een dwaasheid. Ze zochten wijsheid. Het waren belezen mensen; mensen van de kunst en de wetenschap. Er was niets in die eenvoudige prediking van het kruis dat hun zinnen streelde. Daarom verwierpen zij Christus en Zijn kruis met weerzin. En wij? Of we nu links of rechts aan het kruis voorbij gaan, het maakt in wezen geen verschil.  “De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want ze zijn hem een dwaasheid” (1. Kor 2 : 14). Maar dan bent u wel bezig om verloren te gaan. Immers, wie Christus verwerpt is niet alleen verloren (zoals ieder mens van nature), maar gaat ook verloren! Of is ’t bij u anders geworden? Behoort u bij hen van wie Paulus zegt: “… maar ons die behouden worden is het een kracht Gods?” Mensen, die behouden worden! Die hebben het Woord des kruises als een ontdekkend Woord ervaren. Als een scherp ontleedmes. Maar dat mes was al in het bloed van Christus gedrenkt. En het wijst het geneesmiddel aan: het bloed van Christus. Zo behoudt Hij zondaren. Waar dat Woord door de werking van de Heilige Geest ingang vindt in ons hart, werkt het als dynamiet. Door de springstof van het woord worden de muren van verzet in mij opgeblazen, wordt de vijandschap gebroken, het hart verbrijzeld, mijn “ik” van de troon gestoten. Zo maakt Christus woning in het hart, ik leer als een veroordeelde vluchten naar het kruis met al mijn zonden. O, een geloofsblik op Christus te mogen ontvangen…! Dat maakt mij zalig en vrij; dat redt me van de eeuwige rampzaligheid. Lezer, zie op de gekruisigde Christus. Hij doet niets liever dan voor eeuwig behouden. In het bloed van Zijn kruis is ruimte voor de grootste zondaar; ook voor u. Wat ga je dan dat Woord des kruises verstaan en lief krijgen. De Heilige Geest, de grote Voorzanger, gaat het loflied in het hart leggen en het er zo aan ontlokken: “Ik roem in God, ik prijs ’t onfeilbaar Woord”.

                                                                 Ds.  P.J.D. Buijs 

Aanstaande zondag

Zondag hoopt in beide diensten ds  Van Luttikhuizen  ons voor te gaan. De extra collecte is dan voor het onderhoud aan de gebouwen en het inventaris. 

Er is tijdens de ochtenddienst creche.