U bent hier

Meditatie Juni

Het nut van de veertig dagen

… Zichzelf levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, …    

                                                                                                                      (Handelingen 1:3)

De tijd tussen Pasen en Hemelvaart. Waarom betreft dat maar liefst veertig dagen? Waarom is het trouwens nodig dat er ruimte is tussen die twee heilsfeiten? Christus had toch op de Paasmorgen al ten hemel kunnen varen? Het werk, Hem door de Vader opgedragen, was immers volbracht? Gods goedkeuring daarover had onder meer geklonken in de opwekking. Waarom toch niet meteen doorgestoten naar de hemelvaart en de troonsbestijging? Dat is vanwege Christus’ zorg voor de Zijnen. Voor hen persoonlijk én met het oog op het komende apostelwerk. Daartoe zijn ze in feite ongeschikt. Christus gaat dat veranderen. Hij zoekt ze op. En Hij neemt er de tijd voor: veertig dagen lang. Handelingen is blijkens de inleiding Lukas’ tweede boek. De inhoud sluit helemaal aan bij zijn Evangelie: Jezus’ daden en woorden bepalen beide. Vanaf Handelingen 2 werkt Hij via Zijn Geest. In de veertigdagentijd is Hij Zelf nog op aarde present. Minstens tienmaal verschijnt Hij aan de Zijnen. Hoe dat toeging? Volgens Lukas deed Jezus iets en zei Hij ook het één en ander. Hij vertoonde Zich als de Levende en sprak met hen over de dingen van Gods Koninkrijk. Intussen gaf Hij allerlei ‘kentekenen’. Men mocht Hem aanraken, Hij at voor hun ogen, enzovoort. In dat alles levert Hij het onomstotelijke bewijs van Zijn opstanding. Misschien bent u wel eens jaloers geweest op de discipelen, die er getuige van zijn geweest. Toch is dat geen juiste houding. Weliswaar zijn de veertig dagen voorgoed voorbij. Toch kan men de Levensvorst ook vandaag persoonlijk ontmoeten. De ooggetuigen van toen worden daarbij ingeschakeld. Via hun verslag, geïnspireerd door Gods Geest, laat Jezus Zich ontmoeten. En Hij spreekt tot zondaren van de dingen van Gods Koninkrijk. Dat Koninkrijk waar ze van nature buiten staan, maar waar ze nog onderdaan van kunnen worden in de weg van bekering en geloof. Mochten we er reeds oog voor krijgen? Hebben we Hem al eens in het gewaad van het gepredikte Woord ontmoet?Wat gebeurt er bij zo’n ontmoeting? Dan krijgt men, net als de discipelen, onderwijs van Christus. Veertig dagen is in de Bijbel wel vaker een periode om te leren, denk aan dergelijke perioden uit het leven van bijvoorbeeld Mozes of Elia. Wat leren Jezus’ discipelen in hun veertigdagentijd? Hun levende Heere onderwijst hen aangaande Gods Koninkrijk. Zoals dat ook tijdens Zijn rondwandeling gebeurde, denk aan de Bergrede. Er klinkt een antwoord op de vraag hoe men burger van dat Koninkrijk wordt. En hoe men zich als burger van dat Rijk dient te gedragen. Maar ook: dat dit Koninkrijk zich als een olievlek over de aarde zal uitbreiden. Wat is van dat alles het geheim? De werking van de Heilige Geest, Wiens komst Christus in deze veertig dagen voorzegt. Ook vandaag komt dit onderwijs tot ons via de prediking van het Woord. Bemoedigend en onderwijzend voor Gods kinderen. Eveneens tot lering én aansporing van hen, die nog buiten het Koninkrijk staan! Nog altijd onderworpen aan dood en verderf. Maar Hij laat nog weten dat het anders kan en moet worden: bekeer u en geloof het Evangelie. Bid om de levendmakende Geest! Zo mag het ook ná Pinksteren nog wel eens ‘veertigdagentijd’ worden. Tijd vol bemoediging, onderwijs en aansporing. Dat geldt eerst en vooral hen die Christus reeds mochten leren kennen. De discipelen krijgen te horen dat ze apostelen moeten worden. Niet alleen leerlingen, maar ook verkondigers van de zeer blijde boodschap! Daartoe worden ze toegerust als Christus Zich aan hen openbaart. Misschien zijn of worden ze nooit ‘ambtsdragers’ in kerkelijke zin. Maar dan toch dragers van het ambt aller gelovigen. Leesbare brieven van de levende Heere. Dat levert een persoonlijke vraag op voor wie zich discipel van Hem mag weten. Zien de mensen in mijn leven iets terug van Hem? Van veel landen en volken op deze wereld geldt, dat de burgers gemakkelijk te herkennen zijn aan bepaalde typische eigenschappen. Dat geldt ook voor de burgers van het Koninkrijk van God in Christus. Herkenbaar aan hun daden én woorden. Sprekend, als er gelegenheid is, van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan. In de taal van zonde en genade. De taal van geloof en bekering. De taal van de liefde, die slechts antwoord kan zijn op Zijn opzoekende zondaarsliefde.

                                                                                                                                  Ds  A. van der Zwan

Aanstaande zondag

 

 

D.V. zondag 1 augustus hoopt ds W. van Benthem ons voor te gaan

in beide diensten. Er is oppas in de crèche voor de kleintjes.