U bent hier

Meditatie Juni

              “Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN vertellen”.

                                                                                                                                     (Ps. 118 : 17)

Deze psalm is een lied van vreugde en lof. De psalmist was geheel omringd geweest door vijanden, maar heeft op gebed redding van de Heere ontvangen. Zijn leven werd gespaard. Hiervoor brengt hij dank aan de Heere toe. Zulke grote dingen doet God nog. Misschien bent u wel eens ernstig ziek geweest, maar de Heere gaf genezing of Hij heeft de druk verlicht. Misschien een ongeluk gehad. Maar God heeft u voor de dood bewaard. Wat betoont Hij daarin Zijn onverdiende goedheid. We mogen er allen wel van doordrongen zijn dat we ons leven aan de Heere te danken hebben. Laat het ons tot dankbaarheid brengen dat we mogen leven. Sommigen hebben problemen met hun gezondheid. Een blijvende kwaal of handicap. Wat kan een mens daar tegenop zien. Vergeet niet dat leven en dood uiteindelijk niet in handen van de chirurg liggen, maar in de hand van de Heere. “Mijn tijden zijn in Uwe hand”. Zoek het bij Hem, Die machtig is om uit doodsdreiging te redden. Bovenal is het zaak dat wij allen – gezond of ziek – vrede zoeken in Christus’ bloed, opdat wij zouden leven in die enige troost, die geldt in leven en sterven. De dichter doelt niet alleen op het lichamelijke en tijdelijke leven. Hier vallen reeds lichtstralen van het nieuwe leven in Christus. Hij is de steen, die de bouwlieden verworpen hebben, maar die door de Heere tot een Hoeksteen gelegd is. Van deze opgestane Heere geldt het in het bijzonder: “Ik zal niet sterven, maar leven”. De Levensvorst heeft voor zondaren het eeuwige leven verworven en deelt het hun mee.  Pas dán leven wij echt, wanneer wij de Heere weer – als eenmaal in het paradijs – mogen leren kennen en liefhebben. Van nature zijn we gescheiden van God, de bron van het leven en onderworpen aan het oordeel van de dood, zelfs de eeuwige dood. Maar nu is er echt leven met de Heere te vinden in Christus, Die daar eenmaal de dood voor moest ingaan. Dit wonder gaat open voor die mens, die als een doodschuldige zijn Rechter om genade leert smeken. Dezulken worden in levensgemeenschap met God gebracht. Wie oprecht in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven, nu reeds. Helaas wordt dit nieuwe leven nog zo vaak door de zonde verdonkerd. De macht van het kwade is nog zo taai. Toch houdt de Heere door Zijn Woord en Geest het nieuwe leven in stand. Hij voedt en onderhoudt het. De gouden uren in gemeenschap met Hem mogen genoten worden. Ja, dat is pas leven! Laten we dit ware leven dan met ernst zoeken! In Christus is een veelheid van zegeningen en een volheid van leven. Hij wil voor dit heil plaats maken in ons hart, doden levend maken en armen rijk maken. Hij wil schuchtere harten brengen tot geloofsomhelzing van Christus. Dan mag in Hem een schat van zegeningen ons ten deel vallen. Dan mag het door genade gelden: “Ik zal niet sterven, maar leven”.  Dat nieuwe leven zal in de vruchten openbaar komen. Dan mogen we de Heere ook loven. Dan zegt de dichter dat hij de werken des Heeren vertellen zal. Het hart loopt zo over van Gods goedertierenheid, dat zijn mond niet zwijgen kan. Hij moet spreken over de Heere en Zijn grote daden.
Zoiets gebeurt nog. Zowel de werken van God vóór de mens als in de mens zijn te noemen en te roemen. Het is immers een heerlijk wonder van genade als we door Hem uit zo grote nood en dood gered zijn. Maar dan is het ook zeer gepast om goed te spreken van de Heere. Ook wanneer de Heere ons natuurlijke leven verlengt komt de dank daarvoor aan Hem toe. Een vraag aan u die ernstig ziek (geweest) bent of door een ongeval getroffen: waarom wil(de) u in leven blijven? Toch niet alleen om nog wat van het leven te genieten? Dat mag het enige niet zijn. We zijn er niet voor onszelf, maar voor de Heere. Het zou heel erg zijn wanneer we wel de vreugde over de genezing en levensverlenging kennen, maar de ootmoedige dank daarvoor missen. Wanneer we na zulke weldaden zonder een verbroken hart verder leven, dan vraag ik u: zou er wel iets te bedenken zijn waarmee we de Heere zo kunnen krenken als hiermee? Geeft eer de Heere, uw God. Eer dat Hij het duister maakt.
Het is waar, ook de ware gelovige krijgt met de dood te maken. Vermoedelijk worden deze regels ook gelezen door kinderen van God, die merken dat hun lichaam door ouderdom of ziekte wordt afgebroken. Het valt niet altijd mee om de dood merkbaar te zien naderen. En toch, die dood is voor u geen betaling voor de zonde, maar alleen een afsterven van de zonde en een doorgang tot het eeuwige leven. Nu zijn er helaas nog boze neigingen en struikelingen.
Om die reden kan de oprechte vrome wel eens verlangend uitzien naar de toekomst. De volle rijkdom van het eeuwige leven gaat dan open, wanneer Gods kinderen voor eeuwig bij de Heere zijn en nooit meer van Hem gescheiden worden. Die zalige gemeenschap zal nooit meer door de zonde verstoord worden. Zij zullen niet sterven, maar leven en de werken des Heeren vertellen en Zijn Naam prijzen voor het wonder van Zijn genade en verlossing. Hebben wij hier de eerste akkoorden geleerd van het loflied op Gods genade en grote daden?
Dan alleen, maar dan ook zeker zullen wij zingen van Gods goedertierenheden. Wat een vooruitzicht: het leven zal ten volle uitbloeien tot eeuwige eer van de Heere!        

                                                               Ds. W. van Sorge

Aanstaande zondag

Zondag hoopt in beide diensten onze eigen predikant ons voor te gaan. De extra collecte is dan voor het orgelfonds. 

Er is tijdens de ochtenddienst creche.