U bent hier

Meditatie April.

“En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn Aangezicht was als reizende naar Jeruzalem”

                                                                                                                                         (Lukas 9 : 53)

De verhouding tussen Joden en Samaritanen was doorgaans een gespannen verhouding. Op godsdienstig gebied zaten er nog al wat verschillen en dat veroorzaakte het gevoel dat men maar beter niet te veel contact met elkaar moest hebben. Dat die gespannen situatie bestaat, ondervindt ook de Heere Jezus. Hij is onderweg naar Jeruzalem. Meestal namen de Joden, die van Galilea naar het zuiden reisden, de omweg door Perea, om op die manier contact met de Samaritanen te vermijden. Jezus neemt met Zijn discipelen echter de kortste weg en reist dwars door Samaria. Maar dan komt het moment dat ze ergens moeten overnachten. Jezus zendt een paar van Zijn discipelen vooruit om ergens logies te zoeken. Maar als de discipelen hun taak proberen te volbrengen stoten ze overal hun hoofd. Waar ze ook aankloppen, er blijkt geen plaats te zijn. Is er echt nergens plaats? Ongetwijfeld is er best plaats geweest. Maar als de Samaritanen bij navraag tot de ontdekking komen dat het hier gaat om een reisgezelschap van Joden, die onderweg zijn naar Jeruzalem, weigeren ze plaats voor Jezus en de discipelen in te ruimen. Zodoende blijven alle deuren gesloten en kunnen de discipelen onverrichter zake terugkeren. Wat ze dan ook doen. En de Heere Jezus krijgt het teleurstellende bericht: Geen plaats. Geen plaats voor Jezus. Alweer niet. Toen Hij geboren zou worden was er ook al geen plaats en moesten Jozef en Maria zich behelpen met een plekje tussen de dieren en daar moest de Zaligmaker ter wereld komen. En zo is het eigenlijk steeds gebleven. Ook hier bij de Samaritanen is geen plaats. Intussen konden die Samaritanen wel weten dat Jezus’ komst zegen brengt. Zover zal het gerucht omtrent Hem ook wel tot deze mensen doorgedrongen zijn geweest. Was Hij trouwens al niet bij een eerdere gelegenheid door Samaria gereisd? En had die reis toen niet een grote zegen gebracht onder de inwoners van Sychar (Joh. 4)? Weet men daar in dit dorp, waar de discipelen een plek om te overnachten zoeken, niets van? Maar ondanks het feit dat Jezus’ komst zegen brengt, blijven de deuren voor Hem dicht. “Zij ontvingen Hem niet”. Hoe waar blijkt het te zijn als Jezus zegt, dat de vossen holen hebben en de vogels nesten maar dat de Zoon des mensen geen plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen. Hij is echt de Verachte onder de mensen, een Man van smarten, voor Wie iedereen het aangezicht verbergt. Het gedrag van de Samaritanen houdt ons een spiegel voor. Zij ontvingen Hem niet. Omdat Hij Jood was. Omdat Hij naar Jeruzalem onderweg is. Ten diepste, omdat men Hem niet wil. Wat zij er van begrepen hebben, weet ik niet, maar als ze hun deuren gesloten houden, sluiten ze tegelijk ook hun harten toe. En ze blijven die ze waren, arme zondaren op weg naar een eeuwig verderf. En dat terwijl de zaligheid in de Zaligmaker zo dichtbij was, ja zelfs aan hun deuren klopte. Laten we eerlijk in deze spiegel zien. Ook bij ons zoekt de Zaligmaker een plaats. Hij zendt Zijn knechten uit om logies te bereiden. Is er bij ons plaats? Van Zacheüs lezen we, dat toen de Heere Jezus bij hem kwam, hij Hem met blijdschap ontving. Hebt u dat ook mogen doen? Heeft de boodschap van deze gewillige Zaligmaker uw hart al ingenomen, en hebt u al gezien hoezeer u Hem nodig hebt? En is het u al een wonder geworden dat Hij bij u wil wonen? Dat Hij uw hart wil hebben, hoe verdorven dat hart ook is? Of moet van ons nog steeds gezegd worden wat we lezen van de Samaritanen: Zij ontvingen Hem niet? Weet u wat u versmaadt? Weet u wel Wie u buitensluit? Weet u wel waar deze houding toe leiden moet? Hoor toch de klop op uw hart. Luister toch naar de lokstem van het Evangelie. Verhardt u niet, neemt Zijn genade ootmoedig aan.

                                                              Ds. P. den Butter

Aanstaande zondag

Zondag hoopt in beide diensten voor te gaan ds M. van der Sluys. 

De extra collecte is dan voor de Kerkelijke Kassen. 

Er is tijdens de ochtenddienst creche.